steenoptillen.jpg1 April, Grapjesdag en helemaal het einde voor Thomas. Alles wat op kantoor ontbrak, eigenlijk hebben wij er op kantoor helemaal niets van gemerkt (zelfs geen flauwe 'alsjeblieft terugbellen meneer het Schaap' kinderboerderijgrap), brak thuis los. Thomas had nog geen voet over de drempel gezet of hij riep: 'mam, er zit een kikker in de gang!' Hoewel ik mijn bedenkingen had bij de kikker, kreeg ik niet de tijd om te reageren want hij riep er gelijk achteraan '1 april, kikker in je bil....hahaha'. Ik was de woonkamer nog niet binnen of hij riep: 'mam, Spike(de kat) heeft overgegeven op het kleed!' Iets geloofwaardiger helaas, alleen nu was ik op mijn hoede en inderdaad nog geen seconde later '1 april, kikker in je bil....hahaha'. Maar nog waren we niet klaar. Thomas rende naar boven en rende even later weer net zo hard naar beneden, 'mam, ik keek uit mijn raam en het huis van de buren staat in brand' (waar haalt hij ze vandaan...) '1 april, kikker in je bil....hahaha'. Het moet nog iets overtuigender gebracht worden, maar ik ben toch blij dat het maar 1 dag per jaar 1 april is.

Iets minder leuk is dat Thomas tijdens de crea les zomaar een stuk uit zijn broek had geknipt. Bij de overblijfmoeder zag ik al dat Thomas weer eens een andere broek aanhad. 'Zo Thomas, ben je nu weer vies geworden?' Maar de oppasmoeder keek me veelbetekenend aan en zei dat er een briefje van de juffrouw in de tas zat. 'Mam, dat vertel ik buiten wel,' zei een timide Thomas en binnen no time had hij zijn schoenen en jas aangetrokken, op zich al een fenomeen. Toch wel nieuwsgierig geworden las ik buiten het briefje van zijn juffrouw. Daarin stond het hele verhaal en dat ze er in de klas al over hadden gesproken en dat hij beloofd had het nooit meer te doen. Maar dat was natuurlijk niet voldoende. Thuisgekomen zei ik dat we van zijn eigen spaargeld een nieuwe broek gingen kopen. Geld is een gevoelig punt bij het mannetje en hij barstte in snikken uit, 'maar dan is al mijn spaargeld op en kan ik niets meer kopen!' 'Tja, dan moet je maar geen gat in je broek knippen.... Je gaat ook direct na het eten naar bed en mag niet meer spelen'. 'Mag ik dan zeker ook niet meer in bad?' vroeg hij snikkend. Ohja, ik was helemaal vergeten dat het zijn favoriete baddag was, dat kwam mooi uit. 'Nee, inderdaad,' zei ik streng. 'En ik mag nu zeker ook geen televisie kijken,' ik hoefde al helemaal niets meer te zeggen want hij ging rustig in een hoekje zitten spelen. Dat was goed, als hij maar niet teveel lol had, want dit soort dingen kan gewoon niet. 

De volgende dag stond hij vrolijk op en scheen het hele voorval vergeten te zijn. Maar ik was dat niet, ik moest het ook nog even volhouden, want vandaag zouden we een nieuwe broek van zijn spaargeld gaan kopen. Hij stond al op me te wachten toen ik beneden kwam en vroeg ernstig, 'mam, ben je nog boos op mij?' 'Ik ben nog steeds heel verdrietig, Thomas' zei ik en toen 'waarom heb je het gedaan?' Thomas had geen flauw idee. 'Mam, ik hoef toch geen geld te betalen als de schaar per ongeluk op mijn broek valt en dan dicht gaat, zodat er een gat in komt?'...Toen ik nog even met zijn juf sprak, vertelde ze, dat ze ook nog overal hadden gezocht naar het ontbrekende stuk broek, met het idee dat het wellicht nog te maken was? Vreemd genoeg hadden ze het nergens kunnen vinden, tot ze in een hoekje een hoopje klein geknipte reepjes stof zagen liggen, waarschijnlijk in de hoop dat het niet op zou vallen. Nee, daar was echt niets meer aan te doen.....

Ook hebben we deze week zijn rapportgesprek gehad, gelukkig een paar dagen voordat zijn broek ter sprake kwam. Het rapport was veel beter dan het vorige rapport, wat op zich ook bijna niet anders kon. Hij was in veel opzichten vooruit gegaan en de juffen hadden goede hoop. De CITO had hij net als de vorige keer prima gemaakt, dat was het probleem niet. Zijn hersentjes werken prima, alleen de zin en geduld voor de uitvoering zijn nog een hele uitdaging voor hem. Op zich waren wij als ouders wel blij met deze conclusie. Omdat hij een 'vroege' september leerling is, zat de kans erin dat hij nog een extra jaartje moest kleuteren. Waarschijnlijk gaat hij nu gewoon mee met zijn vriendjes naar groep 3 en wellicht met wat meer uitdagingen vindt hij ook nog de rust en het plezier om zich meer te concentreren op zijn werkjes?

Grappig ook hoe de kleuters zelf met dit gebeuren bezig zijn. Een aantal klasgenootjes van Thomas, die ongeveer dezelfde leeftijd hebben, hadden dit al overlegd met elkaar. Ze hadden gezamenlijk besloten om toch maar een jaartje over te doen en ze wisten ook precies waarom. Thomas kon niet stilzitten, een ander vriendje had nog wat moeite met woordjes, nog een ander vriendje vond het moeilijk om zijn werkjes op tijd af te hebben en van het andere vriendje wisten ze het eigenlijk niet, maar die was solidair en ging ook maar niet naar groep 3. Waar bemoei je je dan nog mee als ouder?....

Vleeskwestie? Laatst aten we een lekker tartaartje, toen Thomas ineens vroeg 'mam, van wat voor dier is dit?'  'Van een koe,' antwoordde ik nietsvermoedend. 'Oh, dat vind ik zielig, ik eet geen vlees meer,' zei hij resoluut. 'Oké, maar eet je dan ook geen lekker hamburgertje van een varken meer?' probeerden wij hem op andere gedachten te brengen. Maar het antwoord bleef steevast 'nee, dat vind ik zielig'. Maar we gaven het niet op 'en lust je dan ook geen lekker kippetje meer?' Daar moest Thomas even over nadenken. 'Een kippetje eet ik gewoon,' zei hij doodleuk. Hij had het antwoord al klaar op onze vraag, waarom wel een kippetje en geen koe of varkentje, want een kippetje werd toch ook een koppie kleiner gemaakt en dat was toch ook zielig? 'Een kippetje vind ik gewoon lekker,' zei het mannetje, 'trouwens, een jongen in mijn klas is weleens in zijn vingers gepikt door een kip, nou dat zijn toch geen leuke beesten.' Nu, een paar dagen later genoot hij zichtbaar (en hoorbaar, daar werken we nog aan) van zijn schnitzeltje. 'Weet je dat je nu vlees eet van een varken?' vroeg ik hem. 'Oh, dat wist ik niet,' was zijn commentaar, 'dan eet ik het de volgende keer gewoon niet meer op.' Snel schrokte hij de laatste stukjes schnitzel nog naar binnen en zei dat het weer een lekker maaltje was geweest... Voorlopig, toch maar even geen vegetariër, vermoed ik. 

Laatst zaten Thomas en ik, samen met een vriendje van Thomas, in de auto op weg naar de kinderboerderij. Thomas bekeek aandachtig de dashboardknopjes en vroeg geïnteresseerd 'mam, hoeveel graden is het vandaag?' Enigszins afwezig zei ik hem dat ik het niet precies wist en Thomas vroeg me of het misschien 18graden was. 'Nou, in de auto zou dat best wel kunnen,' zei ik verbaasd over zoveel wijsheid. Toen begon hij luidkeels te zingen: '18graden, zo staat er in de krant, trek je korte broek maar aan, lente in het land....'. Ook zijn vriendje galmde nu hard mee met het liedje, zodat de temperatuur in de auto er alsmaar beter op werd.

Ook een liedje 'Wit, zwart, rood en geel, van alle kleuren evenveel,' kwam aan bod. Dat was nogeens een leerzaam liedje, dacht ik. Achteraf ondervond ik dat er nog niet zo heel veel nagedacht werd over de inhoud van het liedje door Thomas. Onlangs keken we naar de marathon van Rotterdam in de (ijdele) hoop nog een glimp op te vangen van vader Thomas, die aan de Rijnmondloop meedeed. Echter de spotlights waren aldoor gericht op een clubje Kenianen, die de groep aanvoerden. 'Zwart, vind ik geen mooie kleur,' zei Thomas ineens, terwijl hij de Kenianen aandachtig bekeek. 'Iedere kleur heeft wel iets bijzonders,' maakte ik ervan, maar echt overtuigen deed ik hem niet. Nu kon ik mij zijn reactie wel voorstellen, want doorgaans ontmoet Thomas niet zo heel veel Kenianen in ons dorp. Toch klopte het niet helemaal, want als de Keniaan zich zou verkleden als Zwarte Piet, dan zou hij dat de gewoonste zaak van de wereld vinden. Ik hou het er maar op dat hij teleurgesteld was omdat zijn vader niet even in beeld kwam(evenals de overige duizenden deelnemers) en dat het niet zozeer een kwestie van kleur was.

'Mama?' begon Thomas laatst, terwijl ik (on)geduldig wachtte tot hij eindelijk zijn pyjama had aangetrokken. 'Kanker! is een lelijk woord, hè?' Thomas heeft geen zachte stem en ook het woord kanker werd vol overtuiging uitgesproken. Ik vertelde hem dat het een lelijk woord is als je het als scheldwoord gebruikt, omdat het een heel erge ziekte is.'Oh,' zei Thomas nadenkend, 'maar dat betekent dat ik Kanker! dus niet mag zeggen? Eén jongetje in mijn klas zegt ook wel eens Kanker! en een ander jongetje zegt ook wel eens Jezus!. 'Jezus!, mag hij ook niet zeggen, hè?' 'Nee, dat is niet zo mooi, dan moet jij maar het goede voorbeeld geven,' zei ik om het gesprek een positieve wending te geven.  'Ja, dan zeg ik gewoon geen Kanker! en geen Jezus! en dan zeg ik tegen die jongens, dat ze ook geen Kanker! en geen Jezus! mogen zeggen. 'Inderdaad,' zei ik enigszins onthutst en begon snel zijn tanden te poetsen. Voorlopig heb ik deze woorden nog nooit zo uitdrukkelijk en vaak horen uitspreken, als door mijn eigen zoon. Hopelijk is hij hiermee tevreden gesteld en blijft het hierbij. Graag wil ik dat zo houden.