beekje.jpgOver Koninginnedag. Voor de Scouting altijd een bijzondere gebeurtenis met een officieel gedeelte vlaghijsen in tegenstelling tot vorig jaar, stond Thomas dit keer keurig in gareel) ten overstaan van Burgemeester en Wethouders en verder natuurlijk de braderie. Ook Thomas was weer paraat met wat spulletjes. Helaas verliep de verkoop ervan niet zoals verwacht, voor zover je over verwachtingen kunt spreken met spulletjes die nu al de tweede ronde van de rommelmarkt ingingen. Uiteindelijk kwam Thomas thuis met meer spullen dan hij had meegebracht, die ochtend. Weliswaar zijn de Pokemon kaarten die hij daar gekocht heeft een groot succes. Urenlang kan hij ernaar kijken, ze op volgorde leggen(ik kan er weinig volgorde in herkennen), maar blijkbaar kunnen ze worden opgewaardeerd door weer andere Pokemon kaarten. Urenlang praat hij vol enthousiasme over de meest bizarre Pokemon figuren met de meest fantastische namen. Het is mij nog een raadsel hoe hij dit allemaal weet, aangezien hij thuis geen/zelden Pokemon kijkt. Dus wat Thomas betreft was de Braderie een groot succes, het is maar hoe je het bekijkt.

Hierna zijn we een heerlijk lang weekend op vakantie naar Duitsland geweest. We hebben lange wandelingen gemaakt en hoewel Thomas nu op een leeftijd komt dat hij liever een vriendje mee heeft, heeft hij(en wij) er goed van genoten. Hij kon zich helemaal uitleven en klom telkens weer in de vele boomhutjes die we in het bos tegenkwamen(met zijn moeder er achteraan). Ook de losse boomstammen waren favoriet, Thomas heeft een prima evenwichtsgevoel hebben we gemerkt. Met zijn vader heeft hij ook nog gerodeld, wat zijn vader betreft een eenmalige actie, wat Thomas betreft nog maar het begin van de pret. Ook de lange avondwandelingen vanuit het huisje waren een succes, Thomas vond het best wel spannend om zo door het stille bos te lopen. Alhoewel er van stilte geen sprake is als Thomas in de buurt is. Dat moeten de dieren ook gedacht hebben, want we zijn alleen een verdwaalde eekhoorn tegengekomen.  Ook heeft hij daar een Duits vriendje ontmoet, dat op een maand na ook even oud was als onze 6-jarige Thomas. De communicatie van die twee was tweetalig en eenkennig, maar het begrip was wederzijds, dat was erg leuk om te zien.

Wijsheid bij voorkeur voor het slapen gaan:

'Mam,' zei Thomas op een avond, 'waarom zijn Dinosauriërs uitgestorven?' "Ehh,' dat was wel een erg diepzinnige vraag zo vlak voor het slapen gaan. 'Door een grote brand en voedseltekort,' zei ik vriendelijk tegen hem. 'Toch hebben bijvoorbeeld de krokodillen het overleefd, dat is wel bijzonder hè?' 'Mmmm,' zei hij ernstig, hij was er duidelijk nog niet klaar mee. 'Mama, is de hemel mooi?' 'Tja, vast wel, ik hoop dat er bomen zijn,' zei ik zomaar. 'Nee hoor,' zei Thomas triomfantelijk tegen mij, 'er zijn geen bomen in de hemel!' 'Oh nou, wat jammer,' zei ik wat ongeduldig. Nu werd het toch echt wel bedtijd, maar nog was Thomas niet uitgepraat. 'Mam? Ik wou dat ik niet bestond!' Daar schrok ik toch wel een beetje van. 'Nouja, Thomas, waarom zeg je dat nou?' 'Nou, dan ga ik ook niet dood!' 'Als je niet zou bestaan, dan kun je ook geen leuke dingen beleven,' maakte ik ervan. Hij keek bedenkelijk. 'Misschien word ik dan wel weer geboren?' 'Ja, misschien wel en misschien ben ik dan weer je moeder.' Thomas keek me zuchtend aan. 'Mam, dat kan toch niet, dan ben jij allang dood!' 'Ja, maar dan ben ik ook weer geboren en eerder dan jij, snap je?' 'Ja,' zei hij wat opgeklaard 'en zo gaat het maar door en door.' Die Thomas toch, het is een echte doordenker. Toen kreeg hij weer die ernstige blik in zijn ogen. Voordat hij de kans had om weer een diepgaande conversatie te starten, wenste ik hem snel welterusten en maakte ik nog een opmerking over zijn pluchen vriendjes. Ineens was leven en dood een ondergeschikt onderwerp en knuffelde hij vertederend zijn knuffelbeer. Voorlopig is hij weer even dat kleine jongetje, dat nog heel veel moet gaan ontdekken in zijn prille leventje.

Op een zonnige middag is het goed te vertoeven in de lokale speeltuin. Zowel moeder als kind hebben het er prima naar hun zin. De moeder, omdat er nog meer moeders zijn en het kind, omdat het met zijn vriendjes heerlijk kan kliederen met water en zand. Bij de thuiskomst is het gebruikelijk dat Thomas zich buiten in de tuin van top tot teen uitkleedt, aangezien het zand soms zelfs tot in zijn onderbroek komt. Van het zand in zijn laarzen kun je na een aantal bezoekjes een kleine zandbak aanleggen. Echt veel zin heeft het dus niet om hem zijn laarzen aan te geven, in de hoop dat hij niet vies wordt. Laatst kwam hij opgewonden naar me toe rennen met iets kleins in zijn hand. 'Mam, ik heb een tand gevonden!' 'Oh,' zei ik verschrikt, 'ben je er eentje kwijt?' 'Nee mam, deze heb ik gevonden in de zandbak!' Hij hield inderdaad een behoorlijk grote kies in zijn handen. 'Nou, gooi em maar weer snel terug in de zandbak,' was mijn niet echt tactische commentaar. Je zit tenslotte niet te wachten op een aftandse tand van een vreemdeling. De speeltuin ook niet natuurlijk, maarja, wie weet wat er nog meer ligt begraven in de zandbak.

Nog meer 'wijsheden'.. We zaten in de auto met de radio aan, Thomas als altijd aandachtig luisterend op de achterbank. Er was een reclame over FBTO, die reisjes aanbood bij een verzekering. 'He, mam,' kwam het enthousiast vanuit de achterbank, 'hebben wij al zo'n verzekering?' Ik had de reclames niet echt gevolgd en vroeg wat hij bedoelde. 'Nou, mam, we moeten zo'n verzekering kopen en dan krijgen we er zo'n reis bij, helemaal gratis! Dat vindt jij vast wel leuk hè!' 'Ja, dat klinkt prima allemaal, maar we zijn al verzekerd, dusja. Jij houdt wel van reisjes, hè Thomas?' 'Ja,' zei hij eenvoudig en luisterde weer aandachtig verder.

Aan tafel: 'Mam, hoeveel dagen school is het nog voor de vakantie?' 'Eh, even denken hoor, nog twee dagen.' 'Niet hoor!(het favoriete zinnetje van Thomas tegenwoordig). Nog maar 1 dag, morgen, want overmorgen is een sportdag en dan hoeven we niet naar school!' 'Ja, het schiet op,' zei ik vrolijk. 'Dat zal jij wel jammer vinden, hè mam?' 'Hoe bedoel je?' vroeg ik verbaasd. 'Nou, dan heb jij niet zoveel vrije tijd om dingen te doen, want dan moet je heel de dag op mij letten.' 'Nou, Thomas,' zei ik wat ontdaan, 'maar dat vind ik echt niet erg hoor!' Thomas keek me met zijn grote bruine ogen lachend aan. Hoe komt hij toch aan die wijsheid? 'Je bent een heerlijk mannetje,' zei ik spontaan tegen hem. Het is inderdaad waar, dat ik het ook heerlijk vindt om de weinige vrije tijd die ik heb kan benutten om te schrijven. Maar, het wordt ook steeds leuker om samen met Thomas dingen te ondernemen. Laatst hebben we zelfs leuk gewinkeld met elkaar, dat was tot voor een jaar geleden ondenkbaar. We wandelen dan over het dorp en ik kan zelfs een winkel binnengaan om wat kleren te bekijken. Ook in bijvoorbeeld de Hema, kan Thomas zich prima vermaken. Hij kijkt dan naar wat leesboekjes of wat speelgoed en komt om de haverklap enthousiast aan met een speelgoed of een nieuwe film, die we dan moeten kopen(wat we dan natuurlijk niet doen, maar ook daar kan Thomas niet mee zitten). Op gegeven moment is hij het dan wel zat en vraagt wanneer we weer naar huis gaan. Dat is het startsein om weer te gaan, want je wilt zijn animo wel warm houden, natuurlijk.

Thomas heeft er weer een nieuwe hobby bij, vissen! Laatst ging hij met zijn nichtjes en schepnet op pad om terug te komen met een hele lading kikkervisjes. Met veel tegenzin(van moeders) mochten ze in ons vijvertje(meer een grote bak dan een vijver), het waren er wel twintig. Dat werd krap daar, met de goudvisjes erbij. 'Leuk hè, mam,' zei Thomas enthousiast. 'We gaan er nog veel meer vangen!' Dat leek me geen goed plan. In de vijver van mijn moeder zaten altijd hele volksstammen luid kwakende kikkers. Elk jaar keerden ze massaal weer terug naar de vijver om er te broeden en andere dingen te doen, die het daglicht niet konden verdragen. 's Avonds klonk er dan een heel kikkerkoor uit de tuin. Hoe mijn moeder ook haar best deed om de kikkers met een emmertje zo ver mogelijk te lozen in een sloot. Ze kwamen weer net zo hard terug, naar hun geliefde plekje. Gek genoeg, soms, terwijl ze ze wegbracht, kwamen er op hetzelfde moment weer kikkers onder de struiken vandaan, om een verkwikkende plons in het vijvertje van mijn moeder te nemen.

Die dag erop ging Thomas alleen vissen, dat doen we niet meer. Ondanks de belofte dat hij heel voorzichtig zou zijn, kwam hij even later kleddernat thuis, het wier zat in zijn haar. Gelukkig was het goed weer(en gelukkig heeft hij inmiddels zijn zwemdiploma's) en hebben we Thomas buiten afgesproeid met de tuinslang, die natuurlijk niet verwarmd was. Geen goed idee vond het mannetje, hij schreeuwde de hele buurt bij elkaar. Tja, misschien inderdaad niet zo'n goed idee... Hopelijk heeft hij zijn lesje geleerd in ieder geval.

Weer een dag later, gingen de kornuiten weer vissen, what else? Ze kwamen zelfs terug met twee visjes en weer een hele lading kikkervisjes. 'Mam, leuk voor in de vijver!' Ik keek eens goed, de twee visjes bleken twee snoeken te zijn. 'Eh, toch maar weer terug in de sloot, jongens,' zei ik voorzichtig. 'Als we deze visjes erin gooien, eten ze onze goudvisjes op...' 'Oh,' was het teleurgestelde commentaar, braaf gingen ze weer terug. Ook hadden ze zelf nog hengeltjes gemaakt van bamboe, touw, doorzichtig ijzerdraad voor het haakje en een stukje eierdoos voor de kurk. Ze hebben er zelfs nog een visje mee gevangen, toch inventief die kinderen.

Thomas heeft tegenwoordig een eigen taal. Hij heeft besloten, aangezien hij engels toch wel wat lastig vindt, om dan maar zelf iets te verzinnen. 'Ja, mam, mijn vriendje heeft ook een eigen taal, kijk zo: HHHIIIIOEOEOEKKKKKKT.' 'Oké,' zei ik wat ontdaan door de harde klanken, 'maar begrijpen jullie elkaar ook?' Dat was een lastige vraag. 'Nee!,' zei Thomas kordaat, 'maar we hebben wel een taal die we allebei begrijpen, 'de vieze woordentaal! Die vinden we eigenlijk nog het leukst.' Het is de vraag wat je liever hebt...

De atletiekvereniging bevalt Thomas prima. Hij vindt het heerlijk om te rennen en zou elke dag wel willen gaan. Het is ook een leuke vereniging, waar ze diverse sporten beoefenen. Ze doen estafette, ver-, hoog- en een soort van polsstokspringen, speerwerpen, al gebruiken ze daar wat alternatieve methoden voor, voor het geval iemand gewond raakt en kogelstoten, ook een aangepaste versie. Laatst had Thomas erge last van zijn zij, hij klaagde er al een tijdje over. Waarschijnlijk had hij een keer een spier verrekt, volgens Thomas zijn stellige overtuiging, tijdens de estafette training. We spraken af er tijgerbalsem op te doen(altijd goed wat Thomas betreft, hij vroeg zich zelfs af of je er verslaaft aan kon raken) en het die middag op de Atletiek te proberen. Lukte het niet, dan gingen we gewoon weer naar huis. Dapper ging hij van start(ze rennen in het begin altijd een ronde op de baan). Je zag dat Thomas last had met rennen, hij hield zijn zij vast en strompelde meer dan dat hij rende. Toch ging hij door en toen hij langs mij liep, zwaaide hij me even geruststellend toe(normaal wordt mijn aanwezigheid meestal genegeerd). Wat een doorzetter, die Thomas van mij, dacht ik vertederd. Ik vond het ook echt goed, dat hij naar mij zwaaide als om mij gerust te stellen. En, al is hij niet altijd even gehoorzaam, het gaat steeds beter! Het blijft een heerlijk mannetje!

We waren een dagje weggeweest en Thomas was erg spraakzaam in de auto. Hij zei dat hij het zo heerlijk vond om vakantie te hebben. Voorzichtig vroeg ik hem of hij het leuk vond op school. 'Ja hoor,' zei hij eerlijk. Dat was toch wel een geruststelling, want hoewel hij in het begin van zijn schooljaar nog klaagde dat ze zo weinig in de hoeken speelden, is hij er nu erg trots op mij zijn dictee te laten zien. Alweer zo'n mijlpaal in dat jonge leventje. Er gebeurt zoveel in groep3, in ijl tempo worden ze letterlijk klaargestoomd voor hun verdere schooljaren. Zo hadden we het over boosheid. 'Ja, mam, een jongetje in mijn klas is altijd boos. Daarom moet hij naar de Smiley kijken die de juf opgehangen heeft in de klas. 'Begin elke dag, met een lach,' was het motto, zo vertelde Thomas me trots. 'Das mooi, Thomas,' zei ik hem, 'maar soms als je opstaat ben jij ook niet altijd zo vrolijk. Dat gebeurt iedereen wel eens, dat heet ochtendhumeur.' 'Niet hoor, ik ben altijd vrolijk!' verzekerde Thomas mij stellig. Soms is het beter om te zwijgen, dat deed ik dus ook. 

Even later toen we aan het douchen waren, was hij heel brutaal. Ik wist dat het laat was geworden, maar toch wil ik niet dat hij brutaal is. Spontaan zei ik hem dat hij die volgende dag niet op zijn Nintendo mocht spelen, de gangbare straf na brutaalheid. Meestal accepteert hij dit, omdat hij zelf heel goed weet, wat de reden van zijn straf is. Dit keer was anders. De volgende dag zou zijn vriendje een dagje komen logeren en mochten ze voor het slapen gaan een halfuurtje op hun Nintendo spelen(het hoogtepunt van de logeerpartij, is hun overtuiging). Met tranen in zijn ogen zei Thomas boos: 'Mam, zo begin ik de dag niet met een lach!' Ach... Hij keek me verwijtend aan. De volgende dag zou ik me wel beraden over mijn tactiek, maar voorlopig liet ik het er even bij.