voetbal.jpgWie heeft er geen hekel aan vandalisme, de vandalen zelf?

In het park vlakbij ons huis is er nog geen half jaar terug een constructie van houten balken geplaatst als alternatief klimrek voor de kinderen. Een mooi solide geheel van blank houten balken op elkaar leunend en staand in een zandbak. Een leuke uitdaging voor kleine en iets minder kleine kinderen. Nu goed een halfjaar later, zijn deze balken volgekrast met schreeuwerige teksten en maakt het 'ooit' zo frisse geheel een verwaarloosde indruk. Ook zoontje Thomas heeft dit in de gaten en zegt dat hij niet meer wil spelen op die vieze balken, terwijl hij het altijd heerlijk vond om er te klimmen en te klauteren. Het zou kunnen dat ik hem enigszins heb beïnvloed, door mijn kritiek op dit onzinnige gedrag? Maar wat ongelooflijk zonde toch, de schade is in vijf minuten gemaakt, maar het speelplezier in deze trieste omgeving is voor altijd aangetast...

Zo ook laatst op een rustige zondag, op het schoolplein van onze Thomas. Tussen de regenbuien door, kwam er een mager zonnetje tevoorschijn. We grepen direct de kans om Thomas even te luchten.. Als hij heel de dag binnen moet zitten, is er geen land meer met hem te bezeilen. Dus gewapend met een voetbal, tafeltennisbatjes/balletje en een frisbee, vluchten we als het ware naar buiten. Niemand te zien natuurlijk, want het was nog erg kil buiten. De mensen zaten waarschijnlijk behaaglijk met een wijntje voor de openhaard, nog te genieten van de zondagse rust.

Het grasveld was geen optie, want daar kon je zelfs niet lopen met kaplaarzen aan, zo drassig was het. Dus leek ons het schoolplein een goede keuze. Daar aangekomen, hoorde Ik telkens vlagen van kinderstemmen, echter het schoolplein zelf lag er verlaten bij. Opeens zag ik op het dak van het schoolgebouw een mannetje schichtig wegschieten.

De school heeft heel veel last van vandalisme. Er is al gedeeltelijk een hek om de school heen geplaatst, maar dat mag de 'pret' niet drukken voor de waarschijnlijk jeugdige vandalen. Helaas heeft de gemeente geen toestemming aan de school gegeven voor een totale omheining, daar het gedeeltelijk openbare grond is. Speeltoestellen worden beklad, lampen worden afgerukt, het dak ligt vol met viezigheid en ga zo maar door. Gelukkig heeft Thomas hier nog weinig notie van, maar dat maakt de situatie niet minder ernstig. Ooit, zo vertelde de directeur van de school, is hij het gesprek aangegaan met de vandalen. Het bleek een jeugdbende te zijn, waarvan bij de politie het bestaan bekend was. De confrontatie was even slikken, zo vertelde hij, want als je in je eentje tegenover een bende opgeschoten jongeren staat, dan kan dat bedreigend zijn. Blijkbaar had het gesprek toch indruk gemaakt op deze figuren, want lange tijd daarna bleef de school gespaard van enig vandalisme. Dit gesprek heeft een tiental jaren terug plaatsgevonden en de 'hangjongeren' van toen zijn nu hoogstwaarschijnlijk brave burgers geworden. En met enig leedvermaak hoop ik, dat ze zich nu ook ergeren aan het vandalisme op de school van hun kinderen.

Maar 'hangjongeren' zijn van alle tijden en ook in deze tijd blijken sommige heel wat meer te doen dan alleen maar rond te hangen. Meestal doen ze het natuurlijk s'nachts, want blijkbaar schamen ze zich voor hun baldadige gedrag, dat het daglicht niet kan verdragen. Vernielen vandalen uit pure frustratie, uit verveling of bang om er anders niet bij te horen? Zijn het zwakkelingen die proberen om stoer te doen of hebben ze nooit geleerd dat het juist een teken van zwakte is om dingen kapot te maken?

Met deze gedachte in mijn achterhoofd, liep ik om de school heen op zoek naar enig teken van leven op het schooldak. Enja, er klom juist een jongen van rond de 11jaar, zo schat ik, van het ene dak naar het andere dak. 'Wat doen jullie daar op het dak,' riep ik, maar nog wat aarzelend, zodat het niet direct werd opgemerkt. 'Gelukkig' dat onze Thomas altijd zo behulpzaam is en met zijn harde stem schreeuwde hij dat ze van het dak af moesten komen. 'Dat mag helemaal niet!' schreeuwde hij boos naar ze en keek mij blij aan. Toen moest ik B zeggen en ik vroeg de nu gealarmeerde jongen wat ze op het dak deden. 'Ik denk dat de directie van de school vast geen toestemming heeft gegeven aan jullie,' zei ik overmoedig. Er waren inmiddels nog wat oudere jongens bijgekomen en deze stonden nu naar ons te kijken.'

'Jamaar, mevrouw,' zei de kleinste vragend tegen mij, 'we zijn aan het freerunnen.'

'Oh, Is dat een ander woord voor vernielen?' draaide ik nu door.

'Nee, dat is een sport,' werd er geantwoord, 'je moet zoveel mogelijk over daken enzo klimmen en de grond niet raken.'

Ik vroeg me nog steeds af of ik in de maling werd genomen of niet en dacht hard na. Bij nader inzien, zagen de jongens er inderdaad sportief uit in hun niet meer zo nette trainingspakken en bezwete hoofden. Het zou waar kunnen zijn. Toen liet één van de jongens mij zijn benen zien. 'Kijkt u maar,' zei hij, 'ik had ook bijna een gebroken been.' Hij bleef in ieder geval beleefd, dacht ik.  Inderdaad zaten zijn benen onder de krassen en blauwe plekken. Ze leken op de benen van Thomas. Niet dat Thomas zo'n freerunner is, hoewel misschien de stunts die Thomas thuis uithaalt wel een kleutervariant zijn op deze merkwaardige sport.

'Oh, nou dan mogen jullie wel uitkijken,' was het enige wat ik kon verzinnen. En na nog wat zuchten en steunen, zeiden ze dat ze nu naar de volgende school toegingen. Ze vertelden nog wel dat de school van Thomas, de leukste school was om te freerunnen. 'Aha....., nou ik zal het aan het schoolbestuur doorgeven, dat zullen ze op prijs stellen....'

Dit verhaal liep met een sisser af, maar helaas hebben er die dag erna ook echte vandalen huisgehouden rond de school. De onlangs door de leerlingen zorgvuldig aangelegde bloemperkjes rondom de school waren vernield en een mooi jong boompje stond bijna horizontaal.  Deden deze vandalen ook maar aan freerunnen dacht ik, dan hadden ze tenminste een doel in hun jonge leven en beschadigden ze wellicht nog weleens wat anders dan het eigendom van iemand anders.

Ooit heb ik wel eens kennis gemaakt met 'snelwegvandalisme' oftewel wegpiraten. Ik kwam met een vriend terug van een vakantie uit Frankrijk en we waren net de Belgische grens gepasseerd en eindelijk weer op Nederlandse bodem. Het was laat, we waren moe en ik was een beetje aan het dommelen. Opeens werd er bovenop de rem getrapt en werd ik met een schok wakker geschut. Een toeterende auto met 4 opgeschoten gasten, passeerde ons rakelings en schoot vlak voor de auto. Deze stunt haalden ze nog een aantal keren uit en het was echt levensgevaarlijk, in mijn beleving. Ik vroeg of er iets gebeurd was. Waarschijnlijk had hij deze figuren een keer te krap ingehaald en wisten ze dit niet te waarderen.

Bij het eerste het beste benzinestation verlieten we de rijksweg en stopten om even op adem te komen en om van ze af te komen. Het was vrijwel verlaten bij de pomp en mijn hart klopte in mijn keel. Opeens waren we omsingeld door 4 grote gasten, die dreigend om de auto kwamen staan. De vriend deed de deuren op slot, maar dat was geen optie. Opeens werd ik razend, wie dachten ze wel dat ze waren. Ik opende het portier en liep op hoge poten naar ze toe. Ik schold ze uit dat ze gek waren en dat ze levensgevaarlijk bezig waren. 'We hadden wel een ongeluk kunnen krijgen,' zei ik boos. 'Jamaar jullie sneden ons de pas af,' zei iemand aarzelend, enigszins verbaasd over dat boze vrouwtje. 

'Rijden jullie dan foutloos na een rit van 1000 kilometer,' draafde ik door, 'dat begrijp je toch wel!' Zo bleven we nog even heen en weer praten, maar het vuur was eraf. Zonder verder naar ze te kijken stapte ik in de auto. Eenmaal 'veilig' in de auto begonnen mijn handen spontaan te trillen. Van emotie of angst dat weet ik niet, maar bang was ik wel. We zijn toen rustig weggereden en de jongens hebben ons nog eenmaal fout en toeterend ingehaald. Toen waren ze verdwenen en de dreiging was voorbij.

Helpt het om de confrontatie aan te gaan? Ik denk het wel, of in ieder geval om met ze te praten. Weglopen is geen optie denk ik, want dat keurt een bepaald gedrag alleen maar goed of wakkert dit zelfs aan. Soms lees je in de krant dat mensen stilzwijgend toekijken als een medemens wordt bedreigd. Waarom dan toch? Als je er met een aantal mensen op afgaat, dan is de dader snel gevlogen. Dat komt namelijk op hem bedreigend over en dat is dan zijn eigen keuze. Misdaad moet niet beloond worden, maar in de kiem gesmoord.  En in het geval van de jongeren, moeten deze blijkbaar nog opgevoed worden. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen, is mijn overtuiging.

Soms zie ik de boosheid van mijn zoon die kwaad tegen een muur aanschopt of baldadig zijn speelgoed van de trap afgooit. Ik kan daar altijd erg boos om worden. Hij heeft al heel wat waarschuwingen moeten incasseren, maar blijft het toch proberen. Hij heeft dan wel smoesjes in de trant van 'dat willen ze graag,' als het om zijn pluche dieren gaat of 'eens kijken of het echt zo'n sterke auto is.' Maar leuk is het allerminst. Ook zijn zorgvuldig opgebouwde bouwwerken worden in een seconde met de grond gelijk gemaakt, als hij er weer genoeg van heeft. Ook weer met een mooi verhaal, 'ja, mam, dan kan ik straks nog mooiere torens bouwen,' gaat hij vrolijk verder.

Is dit nou vandalisme of gewoon het onderzoekende karakter van zoonlief? Heeft hij dit nodig om zijn technisch inzicht te ontwikkelen, eerst iets kapot maken om te kijken hoe of het in elkaar zit om het vervolgens weer in elkaar te kunnen zetten? Deze 'reparatiefase' laat echter nog vaak op zich wachten, merk ik tot mijn spijt.

In ieder geval blijven wij erop hameren dat speelgoed iets is om voorzichtig mee om te gaan evenals de spullen van andere mensen. Misschien is het een fase, maar we moeten alert blijven. Een 'hangkleuter' is oké, maar een klein vandaaltje is iets totaal anders. Straks zoeken we een leuke sport voor hem uit, iets waarbij hij zich lekker kan uitleven. Hij kan dan leren dat het leuk is om met elkaar aan iets opbouwends bezig te zijn. Dat is goed voor de eigenwaarde van het kind en hopelijk werkt dit ook verder door in zijn nog jonge leventje.

We wachten het maar even af en ondertussen laat ik hem nog maar wat 'freerunnen' in huis, zolang hij het maar niet al te bont maakt.